In tegenstelling tot de rode wijnen worden in Georgië voor witte wijnen vaak meerdere druivenrassen gebruikt. De meest gebruikte druif is de rkatsiteli. Andere veelgebruikte rassen zijn de tsolikouri, mtsvane en chinuri.
De rkatsiteli staat bekend om zijn aanpassingsvermogen en wordt ook buiten Georgië gebruikt. De druivenstok is productief en kan tussen de 8-12 ton druiven per hectare leveren. Het suikergehalte ligt tussen de 19-23%; het zuurgehalte tussen de 6-8%. De druif bereikt zijn rijpheid in de tweede helft van september. Van de rkatsiteli worden harmonieuze, lichte wijnen gemaakt die prima in de Europese smaakvoorkeur passen. Bekende wijnen van de rkatsiteli zijn de Tsinandali en Gurjaani, en de typische Kakhetische wijn tibaani.
De tsolikouri is na de rkatsiteli de meest aangeplante druif van Georgië. Wijnen van de tsolikouri smaken meestal friszuur en zijn transparant, of licht-hooiachtig van kleur. De druivenstok groeit snel en is productief en kan een oogst tussen de 9-10 ton per hectare leveren. In zijn geboortestreek (Imereti) wordt de druif geplukt in de tweede helft van oktober. Het suikergehalte ligt tussen de 20-22%; het zuurgehalte tussen 7,5-9,5%.
De goruli mtsvane wordt ook wel de Georgische riesling genoemd, vanwege zijn krachtige geur met impressies van bloemen en mineralen. Wijn gemaakt van de mtsvane heeft de kleur van groen hooi. De druif leent zich vooral voor cuvées. De opbrengst is circa 7-8 ton per ha, met een suikergehalte tussen de 22-24% en een zuurgehalte van 6-8%.
Chinuri is de perfecte druif als basis voor mousserende wijn. De druif levert wijnen met voldoende body, een zachte smaak en een lichtgroene kleur. De druif bereikt zijn rijpheid in de tweede helft van oktober en kan een oogst van 8-12 ton per hectare opleveren. Het suikergehalte varieert tussen de 19,5-21,5% en het zuurgehalte tussen 7,1-8,8%.
Minder bekende Georgische witte druiven zijn: kakhuri, khikhvi, tsitska, chkhaveri, rachuli, tetra, krakhuna, mgaloblishvili, skahalatubani, jani, kachichi en avasirkhva.